Fibromyalgie Patienten Vereniging F.E.S. - Eigen bijdrage WMO

de Nationale Vereniging voor fibromyalgie-patiënten

"Fibromyalgie en Samenleving"

Login leden

Lidnummer: Geboorte datum:   

Zoeken:

Eigen bijdrage WMO

In het vorig nummer van FESmagazine stonden we stil bij bezuinigingen in de zorg. In dit nummer komt de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) aan bod. Met een dubbelinterview belichten we het onderwerp van twee kanten. Marijke Raaijmakers is fibromyalgiepatiënt en ‘gebruiker’ van Wmo-voorzieningen. Haar man en tevens haar mantelzorger, Flip Kramer, kent de bestuurskant van de Wmo als Wmo-raadslid van de gemeente Haaksbergen.

Welke veranderingen merken jullie in het dagelijks leven, nu de Wmo alweer zo’n vijf jaar bestaat?

Flip: ,,Er was tot voor kort een brochure van de rijksoverheid Ik heb wat, krijg ik ook wat? Die brochure heet tegenwoordig Ik heb wat. Dat ‘krijgen’ is eraf gehaald, want zelfs de brochure kun je niet meer krijgen. Je moet ‘m zelf downloaden. Die oude titel vond ik wel treffend, omdat die de houding typeert van veel burgers die geconfronteerd worden met ziekte of een handicap. Een grote groep mensen denkt dat ze alles kunnen krijgen. Daarin heeft de Wmo in elk geval verandering gebracht. Niet alles is te krijgen. Eerst wordt er gekeken hoe je de problemen en beperkingen met ondersteuning uit je eigen netwerk kunt oplossen. Mensen gaan dat steeds beter begrijpen en accepteren. Dat merk je aan het loket van de Wmo.’’ Marijke: ,,Toch hebben wij in onze situatie wel veel geluk gehad, juist omdat we zo veel hebben gekregen. Door Het Roessingh (een revalidatiecentrum in Enschede) kwamen wij heel gemakkelijk met een verwijzing aan allerlei voorzieningen: een aangepaste keuken, een scootmobiel. Bovendien kregen we een sta-op-stoel en een trippelstoel (wat tegenwoordig via de ziektekostenverzekering gaat). Als we die voorzieningen nu zouden moeten aanvragen, zou dat heel veel tijd kosten en ook moeite, omdat je de mensen moet overtuigen die erover beslissen.’’

Zouden jullie moeten betalen voor de voorzieningen die Marijke net noemde, als je ze nu zou aanvragen?

Flip: ,,Jazeker. De scootmobiel bijvoorbeeld kostte rond de € 8.000,- Als wij een minimum inkomen zouden hebben, zouden we daar een eigen bijdrage van € 24 per vier weken voor moeten betalen, drie jaar lang, en als we miljonair waren zouden we hem in drie jaar afbetalen. Dan is deze voorziening dus een soort renteloze lening. Met andere woorden: het recht op een individuele voorziening als een scootmobiel is niet afhankelijk van je inkomen. Ook als we miljonair zouden zijn, zouden we bij de gemeente kunnen aankloppen. De gemeente kan er echter wel een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor vragen. Voor de aangepaste keuken zouden we op dezelfde wijze een eigen bijdrage berekend krijgen voor drie jaar. Althans in Haaksbergen, waar wij wonen. Er zijn ook gemeentes die het aanpassen van een woning zien als waardevermeerdering van de woning. In dat geval krijg je alleen de aanpassingen vergoed, maar niet de waarde van de keuken zonder die aanpassingen.’’

Hoe komt het dat er tegenwoordig veel vaker een eigen bijdrage gevraagd wordt?

Flip: ,,In de begintijd van de Wmo (2007 en verdere jaren) waren gemeentes meer bezig met de beheersbaarheid van de nieuwe wetgeving en de procedures rond de uitvoering. Alles was nieuw. Het was moeilijk te voorspellen hoeveel mensen van hoeveel voorzieningen gebruik zouden gaan maken. Alleen de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp was verplicht. Gemeentes waren vrij om voor de overige voorzieningen al dan niet de maximale eigen bijdrage te vragen. Nu de Wmo al vijf jaar van kracht is, hebben gemeentes een veel beter beeld van inkomsten en uitgaven. Daarom kiezen gemeentes er steeds vaker voor om een eigen bijdragen te heffen voor individuele voorzieningen waarvoor eerst geen eigen bijdrage werd gevraagd. Doorgaans stellen gemeentes eens in de vier jaar een Wmo-verordening vast, waarin bijvoorbeeld deze eigen bijdragen zijn geregeld, maar een gemeente kan ook tussentijds een nieuwe verordening vaststellen.’’ Marijke: ,,Ja, ik vind het als patiënt dus lastig dat het beeld niet eenduidig is. Het ene jaar geen en het volgende jaar wel een eigen bijdrage. Ook zijn er grote verschillen per plaats. Dat zou niet moeten mogen.’’ Flip: ,,Het idee achter de Wmo is maatwerk. Jij krijgt precies die ondersteuning die bij jou past en die jij nodig hebt. Geen twee burgers zijn gelijk, dus is ook het ondersteuningsaanbod niet voor iedereen gelijk. Er ontstaat nu echter wel een risico, namelijk dat burgers van een voorziening denken, ‘dan maar niet’, omdat de eigen bijdrage te hoog wordt. Dan schiet de wet haar doel voorbij. De bedoeling is immers dat iedereen mee kan doen, en dat je gecompenseerd wordt voor wat je tekort komt. ‘Bezuinigen’ via de Wmo is een innerlijk tegenstrijdige gedachte, want bij de Wmo geldt een resultaatverplichting. Alleen, in de praktijk blijkt het best moeilijk om vanuit dat principe te denken. Ik vind het bijvoorbeeld vreemd dat we in Haaksbergen geen verzekering voor de scootmobiel hoeven te betalen. Ik zou denken, als Marijke een brommer had, zou ze ook een verzekering moeten betalen. Waarom dan niet voor haar scootmobiel? De bromfietsverzekering voor brommer en voor scootmobiel zijn even duur.

Om op het punt van Marijke terug te komen: verschillen per plaats zouden niet moeten mogen. Weliswaar is de Wmo maatwerk, maar daarop zijn niet alle verschillen terug te voeren - je bent ook afhankelijk van deskundigheid en de bereidwilligheid van de Wmoambtenaren. Bij de ene ambtenaar ben je beter af dan bij de ander.

Marijke: ,,Ik werk als vrijwilliger aan de telefoon voor de vereniging FES en ik weet uit de praktijk hoe moeilijk het is om erkenning te krijgen voor je ziekte. Huisartsen en zelfs reumatologen halen soms hun schouders op bij de diagnose fibromyalgie, en UWV-artsen zijn soms ronduit onmenselijk in hun bejegening. Tegen deze achtergrond valt het op, dat ik nagenoeg geen klachten krijg over Wmoambtenaren. Zij behandelen fibromyalgiepatiënten kennelijk met respect. Waar patiënten wel tegenaan lopen is een onrechtvaardigheid in het systeem. Voor mensen in de bijstand koopt een gemeente vaak een collectieve ziektekostenverzekering in, maar dat is meestal niet de meest uitgebreide verzekering. Als je dan fibromyalgie hebt, kun je dus niet naar fysiotherapie of naar een therapiebad omdat de collectieve ziektekostenverzekering dat niet dekt, gaat je conditie achteruit en wordt je isolement versterkt, enzovoort. Heel veel ‘compensatie’ achteraf zou je al eenvoudig met een aanvullende ziektekostenverzekering vooraf kunnen realiseren. Helaas kun je bij een collectieve verzekering van de gemeente niet zelf de aanvullende verzekering betalen, want dan moet je ook de basisverzekering zelf gaan betalen. Flip: ,,Doorgaans zijn ambtenaren inderdaad bereidwillig om je te helpen en ook deskundig, maar je moet ook een soort slimmigheid hebben en ondernemerschap tonen als gemeente om aan alle vragen te kunnen voldoen. En die verschilt ook enorm per gemeente. Marijke heeft een scootmobiel en ze rijdt er duizenden kilometers per jaar mee. Er zit niet voor niks cruisecontrol op. Ze heeft hem ook echt nodig. Ik zou nog liever mijn eigen auto wegdoen dan haar de scootmobiel te laten inleveren. Maar niet iedere fibromyalgiepatient heeft daarom een scootmobiel nodig. Je moet als ambtenaar wel doorvragen. Als iemand een scootbmobiel een keer in de week gebruikt om een kaartje te leggen in het wijkcentrum is dat wat anders dan dat iemand dagelijks vervoer nodig heeft om bij mensen langs te gaan, te winkelen e.d. Als je je scootmobiel incidenteel gebruikt, kun je ook een scootmobiel huren, of een pool aanleggen. Zet twee scootmobielen neer bij een bejaardentehuis voor algemeen gebruik en je helpt heel veel mensen op een relatief goedkope manier. Door een massale inkoop van scootmobiels heeft de gemeente Haaksbergen ooit € 220.000 bezuinigd op het Wmobudget. Maar het is maar goed, dat Marijke er niet één uit die voorraad kreeg toegewezen. Want fibromyalgiepatiënten hebben aangepaste vering nodig, anders is het rijden veel te pijnlijk. Dat moet je wel weten als ambtenaar en ook als patiënt!’’

De Wmo zegt dat je voor ondersteuning eerst in je eigen netwerk en omgeving moet zoeken. Steeds meer ondersteuning zal door vrijwilligers gegeven gaan worden in plaats van professionals. Is onze samenleving daarop voorbereid? Een keer boodschappen doen voor iemand die ziek is gaat nog. Maar een keer in de week? En dan tien jaar lang?

Marijke: ,,In Twente boffen we natuurlijk met de traditie van het naoberschap. Buurtbewoners helpen elkaar. Dat hoef je niet eens te vragen. Als er iemand overlijdt, is er een vaststaand schema voor de rol die naaste en wat verdere buren hebben bij de begrafenis. Zelf vraag ik me af, hoe je grenzen kunt stellen aan zorg die de omgeving biedt, zoals de Wmo voorschrijft. Ik werk zelf als vrijwilliger voor een vrouw van 96 die nog zelfstandig woont omdat haar dochter van 56 nog vlak bij haar woont. De dochter gaat nu verhuizen. De oude vrouw is doof en heeft wat gebruiksaanwijzingen in de omgang. Moet je nu een heel circus van vrijwilligers optuigen om haar ‘mee te laten doen in de samenleving’ of kun je daar beter maar niet meer aan beginnen? Ik denk het laatste. Die last kun je vrijwilligers niet opleggen.’’ Flip: ,,Ik ben ook niet pessimistisch als het om de inzet van vrijwilligers gaat, alleen moet je wel de juiste beloning of erkenning geven. De wet heeft bijvoorbeeld de mogelijkheid voor respijtzorg - compensatie voor de overbelasting van mantelzorgers. Belangrijker is echter de erkenning die je ze geeft. In Twente hebben we de Stichting Informele Zorg. Het motto van deze stichting is: Koester je vrijwilligers! En dat doet die stichting heel goed. ’’

Wat is de WMO?

Gemeenten krijgen steeds meer te zeggen over hoe de zorg eruit gaat zien. Wat vroeger landelijk geregeld was, wordt overgenomen door gemeentes. Een gemeente weet beter wat er leeft bij de mensen en heeft beter zicht op wat er nodig en mogelijk is. In de Wmo (Wet op Maatschappelijke Ondersteuning) staat hoe de gemeente ervoor moet zorgen dat iedereen mee kan doen.

Iedereen moet zo zelfstandig mogelijk:

Voorlichtingsboekje "Maak je eigen WMO verhaal met fibromyalgie"

Voorlichtingsboekje Maak je eigen Wmo verhaal met fibromyalgie Hoe kun je als fibromyalgiepatiënt zo goed mogelijk gebruik maken van de Wmo? Daarover gaat het boekje Maak je eigen Wmo verhaal, dat FES in samenwerking met de CGraad heeft uitgegeven in 2008. Het boekje helpt om stap voor stap duidelijk te krijgen welke beperkingen worden ervaren en wat er voor nodig is om die beperkingen te compenseren. Aan het boekje is een checklist toegevoegd met alle aandachtspunten van de Wmo. Door die checklist in te vullen bent u optimaal voorbereid voor het gesprek met de gemeente bij de aanvraag van ondersteuning. Het boekje is te bestellen voor leden van FES via 020-6862152 of info@fesinfo.nl

Eigen bijdrage WMO

Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning mogen gemeenten – binnen bepaalde kaders – eigen bijdragen vragen voor individuele voorzieningen in de Wmo. Dit wordt door de regering geregeld in het Besluit eigen bijdragen. De belangrijkste punten daaruit zijn:

Delen